Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Het beleid voor het risicomanagement is vastgesteld op 9 november 2017. In het nieuwe beleidskader zijn de volgende doelen opgenomen:

  • Meer informatie verstrekken in de paragrafen bij begroting en jaarstukken, vooral aard en omvang van de risico’s en de beheersmaatregelen.
  • De raad actiever betrekken bij de risicobeheersing door jaarlijks het onderwerp te agenderen in het auditcommittee.
  • Risico’s meer inzetten als tool voor het management.
  • Meer terugkijken en leren van het effect van de beheersmaatregelen.

Risicomanagement is het samenspel van activiteiten om de nadelige gevolgen van risico’s zoveel mogelijk binnen de grenzen te houden. De raad bepaalt daarbij de grenzen en de spelregels. Deze liggen vast in het beleidskader. Bij de begroting en de jaarstukken worden de risico’s opnieuw bekeken en waar nodig worden aanpassingen gedaan. In het proces van risicobeheersing worden steeds de volgende stappen doorlopen: identificeren, analyseren, beoordelen, maatregelen ontwerpen en implementeren en als laatste evalueren en rapporteren.

In het beleidskader is bepaald dat de informatie in deze paragrafen zich richt op de belangrijkste risico’s en de ontwikkelingen daarin. Daarbij gaan we uit van een top 5 van risico’s die in omvang ongeveer 2/3e deel uitmaken van het totaal van alle risico’s opgeteld.

Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor 2021 en verder?

De belangrijkste beleidsmatige en budgettaire ontwikkelingen zijn tegen het licht gehouden bij de perspectiefnota 2021. Daarbij is – op hoofdlijnen – een doorkijk gegeven van de belangrijkste risico’s die op ons pad kunnen komen. Voor zover relevant worden de risico’s in deze paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing verder uitgewerkt naar aard, omvang en beheersmaatregelen.

1. Gevolgen coronacrisis

Bij het opstellen van de jaarstukken 2019 is een schets gegeven van de belangrijkste risico’s van de coronacrisis voor de gemeentebegroting. Dit zijn: toenemende druk op de bijstandsbudgetten en budgetten voor minimabeleid, lagere bouwleges door een vermindering van bouwaanvragen, oninbare belastingaanslagen, lagere opbrengsten voor bijvoorbeeld toeristenbelasting, hogere subsidies door compensatie van maatschappelijke instellingen en mogelijke extra zorg aan jeugd en ouderen.

Het was en is nog steeds lastig te berekenen wat de financiële impact is op deze budgetten. De gemeente Steenbergen heeft op 2 april 2020 een bedrag apart gezet van 1 miljoen als vangnet om de pijn op te kunnen vangen bij inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen. Een en ander in afwachting van aanvullende compensatie van het Rijk. Inmiddels heeft het Rijk in twee tranches extra bedragen beschikbaar gesteld in de algemene uitkering. Wij gaan er op dit moment vanuit dat de combinatie van het gemeentelijk steunpakket én de compensatie vanuit het Rijk vooralsnog voldoende zal zijn om het grootste deel van de risico’s op te kunnen vangen. Uiteraard houden we intensief vinger aan de pols en informeren we de raad zoals afgesproken bij het beschikbaar stellen van het steunpakket.

2. Algemene uitkering gemeentefonds

In de perspectiefnota hebben wij een tweetal ontwikkelingen opgenomen die invloed hebben op het financieel risico bij de algemene uitkering. Dat zijn de inwoneraantallen en de herverdeling van het gemeentefonds.

Ten aanzien van de inwoneraantallen: er is in de begroting rekening gehouden met een stijging van het aantal arbeidsmigranten, mede ingegeven door het beleid rondom arbeidsmigratie. Inwoneraantallen laten zich echter niet sturen. Dat zijn autonome ontwikkelingen. Inmiddels zijn er in de organisatie gerichte acties opgestart om het geraamde inwoneraantal positief te beïnvloeden, waaronder een controle op de leegstaande objecten. Desondanks blijft het risico aanwezig dat de geraamde aantallen niet volledig worden gehaald. Met dit risico is bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit rekening gehouden.

Ten tweede: de herverdeling van het gemeentefonds. In de perspectiefnota is aangegeven dat er sprake is van een maximaal risico van 2,5 miljoen vanaf 2022. Op het moment van het opstellen van deze begroting is hierover nog geen duidelijkheid. Het gemeentefonds is op landelijk niveau veelvuldig onderwerp van gesprek. Kleinere gemeenten, waar de herverdeling negatief uitvalt, hebben de krachten gebundeld en een motie ingediend voor een rechtvaardiger verdeling van het fonds. De herverdeeleffecten zijn voor de kleinere gemeenten groot. Dat zou direct grote financiële problemen met zich meebrengen.

Kijkend naar de ontwikkelingen ten aanzien van de herverdeling zien wij op dit moment geen aanleiding om het benodigd weerstandsvermogen te verhogen. Daarmee zouden we teveel beslag leggen op de vrije ruimte in de Algemene Reserve. Wel volgen wij de ontwikkelingen op de voet en zijn we momenteel bezig met het vergroten van inzicht in de begroting (productenramingen). Hierbij brengen we in beeld waar de keuzemogelijkheden liggen om – mocht het nodig zijn - te komen tot bezuinigingen.

Naast de hierbovengenoemde ontwikkelingen hebben we te maken met een risico op de CAO ontwikkelingen. De bij de perspectiefnota 2021 opgenomen stelpost voor loonstijgingen (€ 290.000) is in de begroting grotendeels vrijgevallen. Hiermee lopen we het risico dat we nieuwe CAO afspraken vanuit de exploitatie moeten opvangen.

3. Sociaal domein

Bij de jaarrekening 2019 is aangegeven dat er volop wordt gewerkt om de sturing en beheersing in het sociaal domein te verbeteren. Vrijwel alle gemeenten in Nederland worden geconfronteerd met forse budgetoverschrijdingen en krijgen de begroting niet rond. In de perspectiefnota 2021-2024 zijn de budgetten voor Jeugd en Wmo verhoogd aan de hand van nieuwe prognoses. Desondanks blijft het risico in het sociaal domein op een hoog niveau en is gestegen en neemt de 1e plaats over in de top 5. Dat wordt veroorzaakt door een combinatie het open eind karakter in het sociaal domein, de invoering van het abonnementstarief Wmo, de vergrijzing en de (mogelijk explosieve) stijging van de werkloosheid.

Naast deze risico’s zien we een aantal ontwikkelingen die op termijn kunnen leiden tot risico’s. Dat betreft: de krapte op de arbeidsmarkt, het stuwmeer aan opgebouwde verlofuren van medewerkers en de effecten van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA). Verder treedt in 2022 de Omgevingswet in werking. Ook deze wetswijziging kan leiden tot financiële risico’s, met name bij het opleggen van leges. Op het gebied van gemeentelijk vastgoed zijn de onderhoudsplannen niet meer actueel. Al deze ontwikkelingen, die op dit moment nog niet zijn de kwantificeren, worden betrokken bij een eerstvolgende actualisering van de risico’s.

Wat zijn op dit moment de belangrijkste risico’s?

Rekening houdend met de bovengenoemde ontwikkelingen zijn de risico’s geactualiseerd. De berekeningswijze is conform de spelregels in het beleidskader. Hieruit komt de volgende top 5 naar voren. Achter het risico wordt aangegeven voor welk percentage deze meewegen in het totale van alle risico’s opgesteld (het risicoprofiel). In de kolom beheersmaatregelen is opgenomen welke maatregelen in 2021 worden getroffen om het risico te beperken.

Omschrijving risico

Aandeel in %

Beheersmaatregelen

Sociaal domein
- Open eindregelingen
- Wijzigingen in wet- en regelgeving, met name het effect van invoering van het abonnementstarief
- Problematiek bij zorgaanbieders
- Toenemende vergrijzing
- Dure maatwerkvoorziening Jeugd
- Lagere eigen bijdragen
- toenemend beroep op voorzieningen onder andere door abonnementstarief en toenemende vergrijzing.
- Effecten stijging werkloosheid op de bijstandsuitkeringen

25,91%

We blijven investeren in de monitoring en sturing van het sociaal domein, zodat we kunnen komen tot betere ramingen en dreigende overschrijdingen tijdig kunnen worden gesignaleerd.

Algemene uitkering
- Onjuiste parameters
- Wijzigingen in de verdeelsystematiek
- Lager aantal inwoners en woningen

22,25%

Opbouwen van een eenduidige registratie waarbij gecontroleerde gegevens eenmalig worden vastgelegd voor meervoudig gebruik. Met name de registratie van arbeidsmigranten vormt daarbij een risico. De sturing op juiste en tijdige registratie moet dit voorkomen.
In 2020 wordt wederom gebruik van Pauw (experts op het gebied van de algemene uitkering) gemaakt. Er worden extra modules ingezet om de ontwikkelingen in algemene uitkering beter te monitoren, zoals de module voor de uitkering BUIG.

Aansprakelijkheid voor door gemeente gegarandeerde geldleningen
Door financiële problemen bij instellingen is het risico aanwezig dat de gemeente wordt aangesproken op de garantstelling

12,69%

De beheersmaatregelen zijn gericht op beoordeling van de financiële documenten van de instellingen. De omvang van het risico is nagenoeg gelijk gebleven.

Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting

6,38%

De gemeente Steenbergen ontvangt jaarlijks een bedrag in de algemene uitkering voor onderwijshuisvesting. Samen met de Brabantse Wal gemeenten wordt gekeken in hoeverre deze middelen verder kunnen worden gedecentraliseerd naar de onderwijsinstellingen. Om de financiële consequenties te kunnen bepalen is een integraal huisvestingsplan (IHP) nodig. Dat plan wordt opgesteld na het traject van de toekomstvisie. Er is een risico dat de financiële gevolgen van een dergelijk plan - wat gebaseerd wordt regionaal vastgestelde uitgangspunten - afwijken van de eigen begroting. van de gemeente.
Om de risico's te beperken vervullen we een actieve rol in het voorbereidingsproces. zowel vanuit de inhoud, financiën als concerncontrol.
De omvang van het risico is nagenoeg gelijk gebleven.

Mogelijke tekorten bij verbonden partijen

5,40%

De beheersmaatregelen richten zich op de beoordeling van de financiële documenten van de gemeenschappelijk regelingen.

Overige risico’s

De tabel hierboven bevat de belangrijkste risico’s. Dit neemt niet weg dat er geen aandacht is voor de overige risico’s. In lijn met het nieuwe beleidskader wordt het volledige risicoprofiel jaarlijks gedeeld met het auditcommittee. De meeste overige risico's zijn in omvang gelijk gebleven.

Beschikbare weerstandscapaciteit.

De weerstandscapaciteit geeft aan of de Gemeente Steenbergen voldoende financiële buffers heeft om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. In het nieuwe beleidskader is besloten uitsluitend de Algemene Reserve in te zetten voor deze weerstandscapaciteit. De Algemene Reserve (inclusief de afzonderlijke risicoreserve) bedraagt € 4.620.000 (afgerond). Hierbij is rekening gehouden met de verplichtingen en claims die gelegd zijn op deze reserve.

Benodigde weerstandscapaciteit.

Op basis van de risico-inventarisatie is nodig aan weerstandscapaciteit € 2.515.000. Hierbij is, in lijn van het vastgestelde beleid, een zekerheidspercentage gehanteerd van 90%. Als dit bedrag opzij wordt gezet als buffer dan kan met 90% zekerheid worden gesteld dat dit bedrag voldoende is.

Weerstandsratio

De weerstandsratio wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. De ratio komt uit op € 4.620.000 / € 2.515.000 = 1,84. Dat komt overeen met de norm ruim voldoende.