Overige onderwerpen

Beleidsindicatoren

Bij de aanbieding van de perspectiefnota 2020 is aangegeven dat het college in de programmabegroting 2020 een set met indicatoren opneemt als startpunt voor de sturing met maatschappelijke effecten. Hieraan is invulling gegeven. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. Deze uitgangspunten zijn deels door de raad meegegeven in de workshop Maatschappelijke Effecten op 2 juni 2018.

  • Voor de indicatoren is de perspectiefnota 2020 het kader. Hierin zijn de ambities uit het nieuwe raadsprogramma Aan de Slag vertaald.
  • Er is sprake van een traject wat vraagt om doorontwikkeling. Er is veel diversiteit in de verschillende programma’s. Het ene programma bevat meer richting voor de doelstellingen dan de andere. De programma’s Mens en Samenleving en Bestuur en Dienstverlening (onderdeel dienstverlening) bevatten op dit moment voldoende richting en zijn in de begroting als pilot uitgewerkt.
  • De overige programma’s worden uitgewerkt zodra de doelstellingen hiervoor voldoende richting geven door middel van bestuursopdrachten en/of beleidsvisies.
  • Voor de indicatoren putten we vooralsnog uit bestaande en beschikbare bronnen die landelijk zijn erkend en door meerdere gemeenten worden gebruikt om de begroting beter meetbaar te maken.
  • Voor de programma’s Mens en Samenleving en Bestuur en Dienstverlening worden de indicatoren gehaald uit:
    • Waarstaatjegemeente.nl / Burgerpeiling (2 jaarlijkse meting, laatste meting in 2017 , volgende metingen in eind 2019 / begin 2020 en 2022)
    • LEMON leefbaarheidmonitor. 3 jaarlijks, laatste meting in 2016, volgende metingen 2019 en 2022
  • Voor de andere programma’s is het voornemen om, naast de hierboven genoemde metingen, gebruik te maken van de Gemeentelijke duurzaamheidsindex (GDI) en de bruikbare verplichte BBV indicatoren. Dat zijn de indicatoren die vanaf 2016 in de begroting moeten worden opgenomen.
  • Op termijn wordt gekeken naar het eventueel ontwikkelen van eigen indicatoren.
  • Werken met en aansturing op gewenste effecten is iets voor de langere termijn. De indicatoren moeten voor die termijn een ambitie bevatten. Waar wil de raad staan na een bestuursperiode? Hiervoor worden voorstellen gedaan.

Subsidieplafonds Welzijnsplan

In de Algemene Subsidieverordening gemeente Steenbergen is in artikel 5, lid 1 bepaald dat de gemeenteraad jaarlijks bij de begroting de subsidieplafonds voor de verschillende subsidiesoorten van het Welzijnsplan vaststelt. Voor 2020 wordt een bedrag van € 663.686,- beschikbaar gesteld voor welzijnssubsidies. De verdeling luidt als volgt:

  • Budgetsubsidies € 500.677,-
  • Basissubsidies € 23.450,-
  • Activiteitensubsidies € 122.359,-
  • Incidentele activiteitensubsidies €17.200,-

Transparantie in budgetten in de begroting 2020

Op 26 april 2019 heeft het college de bestuursopdracht Transparantie in Budgetten vastgesteld. Doel daarbij was inzicht te krijgen in de onderbouwing van de budgetten die in de begroting zijn opgenomen, in het bijzonder de post advies- en overige kosten. De bestuursopdracht is tevens gebruikt om de taakstelling (€ 400.000) die bij de directie lag uit te voeren. Het project is nagenoeg afgerond. De budgettaire effecten voor 2020 en verder zijn verwerkt in deze begroting.

Afgelopen 2 maanden zijn gesprekken gevoerd met alle budgetbeheerders die beïnvloedbare budgetten beheren. Met beïnvloedbare budgetten bedoelen we de posten die budgetbeheerders zelf kunnen aanwenden om invulling te geven aan een bepaalde taak. Personeel gerelateerde kosten, kapitaallasten, doorberekeningen, belastingen en verzekeringen horen daar niet bij.

Van een goede onderbouwing is sprake als de noodzaak kan worden aangetoond door:

  • Vastgestelde plannen, bijvoorbeeld beleidsplannen, uitvoeringsplannen, beheerplannen en onderhoudsplannen
  • Verplichtingen op basis van besluiten bij gemeenschappelijke regelingen
  • Verplichtingen op basis van subsidiebeschikkingen
  • Langlopende contracten met leveranciers die nodig zijn om de taken te kunnen verrichten
  • Het feit dat er gedurende een aantal jaren (2016-2019) ook daadwerkelijk uitgaven op worden gedaan. Dat geldt met name voor de “open” budgetten die nodig zijn voor reguliere taken (bijvoorbeeld klachtenonderhoud voor gebouwen, onderhoud van verkeersmiddelen, werkbudgetten voor veiligheid en dergelijke).

Het resultaat van deze opdracht:

  1. Geconstateerd is dat er in de begroting diverse budgetten staan, grotendeels als advies- en overige kosten, die niet zijn onderbouwd. Deze posten zijn aangewend om de eerdergenoemde taakstelling van € 400.000 te realiseren.
  2. Geconstateerd is dat er nog budgetten staan die zijn opgenomen voor nieuwe ambities en / of intensivering van bestaande ambities, maar waar tot op heden geen plan voor is gemaakt. Deze budgetten worden “geparkeerd”. Uiterlijk bij de Perspectiefnota 2021 moet hiervoor een onderbouwing worden opgesteld. Ontbreekt de onderbouwing, dan valt het bedrag vrij ten gunste van het begrotingssaldo. Het gaat hier om € 248.120 voor 2020, € 141.120 voor 2021 en € 136.120 voor 2022 en verder.
  3. Geconstateerd is dat er nog budgetten staan die niet meer direct te relateren zijn ambities. Deze zijn vrijgevallen ten gunste van het begrotingssaldo. Het gaat hierbij om € 40.000 voor 2020 en € 65.000 voor 2022 en verder.

In de bijlagen is een specificatie opgenomen van de resultaten. In dit overzicht is opgenomen tot welke van de bovenstaande categorie de post behoort.