Algemeen

Deze paragraaf gaat in op de doelstellingen, activiteiten, belangen en de mate van financiële betrokkenheid van de samenwerkingsverbanden, waarin onze gemeente participeert en waarin zij tevens een bepaalde bestuurlijke invloed kan uitoefenen. Het gaat hierbij om banden met derde partijen, de zogenaamde verbonden partijen, waarbij het realiseren van een publiek belang centraal staat. Binnen een verbonden partij heeft de gemeente zowel een financieel als een bestuurlijk belang.

Van een financieel belang is sprake als de gemeente een verplichting heeft in de vorm van een structurele financiële bijdrage en waarbij de gemeente kan worden aangesproken bij financiële problemen van de verbonden partij.

Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de gemeente een bestuurlijke én financiële band heeft. Onder een bestuurlijke band wordt verstaan: een zetel in het bestuur en/of het hebben van stemrecht. Met een financiële band wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld, die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of financiële problemen bij de verbonden partij kan worden verhaald op de gemeente.

Het aangaan van banden met een (verbonden) derde partij komt voort uit het publieke belang. Verbindingen met derde partijen zijn een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren.

Om de hiervoor genoemde redenen is het voor de raad van belang dat de relatie tussen verbonden partijen en het publiek belang wordt aangegeven.

In de nota Verbonden Partijen is de volgende spelregel opgenomen:

Jaarlijks in november sturen deelnemers van de verbonden partijen richtlijnen aan de verbonden partij waarop de beleidsmatige en financiële kaders gebaseerd dienen te worden. In de kaderbrief geeft de Gemeenschappelijke regeling op hoofdlijnen de uitgangspunten voor de begroting aan.

Financiële richtlijnen begroting 2019 gemeenschappelijke regelingen

  1. Van het Dagelijks Bestuur (DB) van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) wordt verwacht dat zij een structureel financieel-sluitende meerjarenbegroting 2019-2022 aanbiedt aan de deelnemers. De gehanteerde begrotingsuitgangspunten door de GR dienen in de begroting van de GR inzichtelijk te worden gemaakt.
  2. De begroting dient te worden opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Dat wil zeggen dat geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting mogen worden opgenomen. Tenzij dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten.
  3. De begroting dient te voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Dit betekent dat de voorgeschreven gegevens in de begroting dienen te worden opgenomen.
  4. Een positief resultaat vloeit terug naar de deelnemers. De GR kan hiervan afwijken; hiertoe dient het DB een expliciet en gemotiveerd voorstel tot resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur van de GR.
  5. De loonontwikkeling wordt geraamd conform de geldende CAO van de betreffende GR. Voor de meerjarig ontwikkeling van de salariskosten dient rekening gehouden te worden met de werkelijke periodieken. Meerjarige mutaties in de werkgeverslasten dienen onderbouwd te worden. Voor deze zaken kan niet worden volstaan met een vast percentage per jaar zonder onderbouwing.
  6. Het prijsindexcijfer van de algemene prijsontwikkeling BBP uit de septembercirculaire 2017 (of een actuelere circulaire) is de basis voor de toe te passen indexering voor de begroting 2019 inclusief meerjarenraming.
  7. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is aandacht voor de risico’s door deze te kwantificeren en prioriteren.

Opties

Deel deze pagina: