Analyse van perspectiefnota naar begroting

Ten opzichte van de perspectiefnota 2017-2021 hebben we te maken met een aantal ontwikkelingen die invloed hebben op het financiële beeld. Hieronder is een overzicht opgenomen van de afwijkingen boven de € 25.000,-.

Financiële analyse van perspectiefnota naar begroting

Begrotingssaldo 2018 perspectiefnota

23.000

Voordelig

Algemeen

Kosten inhuur

114.800

1

Programma 1 Bestuur en veiligheid

Doorbelasting overhead aan voorzieningen/investeringen/ bouwgrondexploitatie/leges

75.400

2

Programma 9 Financiering

Algemene uitkering

692.800

3

Onroerende zaak belasting

47.000

4

Onvoorziene uitgaven

50.000

5

totaal voordelig

980.000

Nadelig

Algemeen

Personeelslasten

236.400

6

Knelpunten in de organisatie

210.000

7

Programma 1 Bestuur en veiligheid

Uitbreiding inkoopbureau

27.700

8

Programma 2 Dienstverlening

Coordinatiekosten OMWB

30.000

9

Programma 4 WMO en jeugd

Bijdrage RWB KCV

38.000

10

(Jeugd-) gezondheidszorg ( bijdr.GGD/TWB)

45.600

11

Aanbesteding WMO huishoudelijke ondersteuning en begeleiding

278.700

12

Programma 5 Recreatie, economie en participatie

Bijzondere bijstand/gemeentelijke kredietbank

79.000

13

Programma 6 Milieu en ruimtelijke ordening

Afval

-

14

Programma 9 Financiering

Toeristenbelasting

51.000

15

totaal nadelig

996.400

Overige verschillen (-/- baten/+lasten)

42,758-

Per saldo voordelig

49.358

.

Meerjarig verloop saldo:

2019

44.173

2020

50.384

2021

46.860

Hieronder volgt een nadere toelichting op bovenstaande mutaties:

Kosten inhuur (1)

Dit betreft een technische correctie van voorheen ingehuurd personeel die in vaste dienst zijn gekomen en waarvoor het inhuurbudget niet was verlaagd (noodzakelijke bijstelling)

Doorbelasting overhead (2)

Betreft een technische aanpassing als gevolg van de urenverdeling en – tarieven die intern worden doorberekend (noodzakelijke bijstelling)

Algemene uitkering (3)

Ten opzichte van de perspectiefnota 2017-2021 hebben in de algemene uitkering diverse mutaties plaatsgevonden. Over de mutaties die voortkwamen uit de meicirculaire 2017 bent u in een raadsmededeling uitvoerig geïnformeerd. In de loop van dit jaar blijkt het inwoneraantal door met name de toename van inschrijvingen van arbeidsmigranten sneller te stijgen dan waarmee in de berekening van de algemene uitkering was rekening gehouden. De gevolgen van de septembercirculaire 2017 zijn, mede door de demissionaire status van het kabinet, minimaal. Onderstaand is het verloop van de algemene uitkering (exclusief de integratie-uitkering Sociaal domein) weergegeven.

Verloop AU van perspectiefnota naar begroting

2018

2019

2020

2021

Stand AU in perspectiefnota (excl. sociaal domein)

21.260.000

21.544.100

21.722.300

21.754.300

Meicirculaire 2017 (aanvullend perspectiefnota)

471.600

491.000

434.200

452.600

Wijziging groei inwoneraantal

123.300

189.100

228.000

254.000

Septembercirculaire 2017

98.100

38.300

21,800-

66,400-

Opgenomen AU begroting 2018 (programma financiering)

21.953.000

22.262.500

22.362.700

22.394.500

Onroerende zaakbelasting (4)

Een te verwachten hogere opbrengst OZB in 2017 (autonoom)

Onvoorziene uitgaven (5)

In de begroting houden wij rekening met een bedrag van € 50.000,- voor onvoorziene uitgaven. Wij constateren dat deze post in de loop der jaren zijn functie heeft verloren. Met het toenemen van de aandacht voor risicomanagement en het tijdig treffen van beheersmaatregelen hebben we een belangrijke randvoorwaarde ingevuld om zaken beter te kunnen voorspellen. Verder is in het nieuwe beleidskader reserves en voorzieningen de flexibiliteit ingebouwd om snel te kunnen handelen bij omstandigheden die in de risicosfeer liggen. In het kader van de doorontwikkeling van de planning en control gaan wij graag met u in gesprek over de noodzaak van de post Onvoorzien.

Organisatie (6,7)

Bij de perspectiefnota was nog niet de volledige algemene salarismaatregel meegenomen (Autonoom). Dit leidt tot extra kosten van € 236.400,-.

Ook in de perspectiefnota hebben wij u het beeld geschetst van de organisatie. Met het zogenaamde spinnenweb hebben wij laten zien dat we met de organisatie nog een flinke stap moeten zetten. De organisatieontwikkeling is ingezet en parallel daaraan zetten we de 1e stappen om de bedrijfsvoering op orde te brengen.

Om de meest urgente knelpunten in de organisatie op te kunnen lossen heeft uw raad bij de perspectiefnota extra middelen beschikbaar gesteld. Naast een aantal formatie uitbreidingen (informatiebeveiliging en privacy, sociaal domein en TIP) is het budget voor inhuur opgehoogd met € 12.000,- naar € 100.000.,-

In de tussentijd zijn er, in het kader van de organisatieontwikkeling, veel gesprekken gevoerd met de leidinggevenden in de organisatie. Daaruit zijn nieuwe knelpunten aan het licht gekomen die om een oplossing vragen. Deze knelpunten zijn:

  • Toename van het aantal inschrijvingen van arbeidsmigranten. Het aantal inschrijvingen is veel hoger dan verwacht. Hierdoor neemt de algemene uitkering toe, maar ook de activiteiten aan de balie, de backoffice, Vraagwijzer en toezicht en handhaving nemen toe. De werkzaamheden zijn complex en vragen om veel checks in het proces. Om deze volledig, juist en tijdig te kunnen uitvoeren is een uitbreiding van 1,5 fte noodzakelijk.
  • De wettelijke eisen met betrekking tot het vastleggen en beheren van gegevens zijn de laatste jaren toegenomen. Steeds meer zaken moeten volgens kwaliteitsstandaarden worden vastgelegd en beheerd. Dit leidt tot een toename van administratieve lastendruk bij onze professionals. Om deze druk enigszins weg te nemen is een uitbreiding noodzakelijk met 1 fte.
  • Wij hebben een relatief kleine organisatie. Specifieke expertise op vakgebieden is niet in alle gevallen aanwezig. Vooral bij nieuwe beleidsontwikkelingen lopen we hier tegen aan. We hebben die expertise nodig om "van de wal te komen". Bijvoorbeeld in de vorm van een onderzoek, een advies of kwartiermaken. Dit zal in de toekomst alleen maar toenemen. Om hieraan tegemoet te komen hebben wij in de begroting een budget opgenomen voor specifieke expertise van € 50.000,-.

Deze maatregelen lopen vooruit op de organisatieontwikkeling, waarin is voorzien in een formatieonderzoek. Dit onderzoek moet richting geven aan de omvang van de benodigde formatie. Vooralsnog worden de effecten van dit onderzoek als pro memorie geraamd.

Uitbreiding inkoopbureau (8)

Het contract met het inkoopbureau is uitgebreid van 6 naar 8 dagdelen (Noodzakelijke bijstelling).

Coördinatiekosten OMWB (9)

De uitbreiding van het aantal handhavingcontroles vergt ook meer ondersteuning van de OMWB (Noodzakelijke bijstelling)

Bijdrage gemeenschappelijke regelingen (10,11)

Is gebaseerd op de door de gemeenteraad vastgestelde begrotingen van de RWB waarin een hoger aandeel in het Kleinschalig Collectief Vervoer is opgenomen (Noodzakelijke bijstelling). Daarnaast geven de vastgestelde begrotingen van de GGD en TWB een hogere bijdragen voor (jeugd-) gezondheidszorg te zien (Noodzakelijke bijstelling).

Sociaal domein (12)

Een tweetal ontwikkelingen zijn van belang. Ten eerste de aanpassing van de eigen bijdragen voor de Wmo. Ten tweede de gevolgen van de aanbesteding Wmo huishoudelijke ondersteuning en begeleiding.

Eigen bijdragen

Om het niet gebruik van begeleiding in de Wmo tegen te gaan hebben wij ingestemd met een verlaging van de eigen bijdragen. Dit in lijn van de andere Brabantse Wal gemeenten Woensdrecht en Bergen op Zoom. Een voorstel voor aanpassing van deze bijdragen leggen wij u voor in de raad van november 2017. Aangezien het grootste deel (ruim 77%) van de cliënten die begeleiding ontvangen op het minimumniveau zit (en dus geen eigen bijdrage hoeft te betalen) heeft dit besluit maar een gering effect op de begroting, te weten € 13.000,-.

Aanbesteding Wmo

Omdat de huidige overeenkomsten eind 2017 aflopen heeft er een nieuwe aanbesteding plaatsgevonden en zijn nieuwe overeenkomsten opgesteld. Hierbij is gekozen voor de aanbestedingsvorm van relationeel contracteren. Het effect op de begroting is, uitgaande van het huidig cliëntenbestand, berekend op € 350.000,-.

Het totale effect van deze twee ontwikkelingen is omvangrijk en kan slechts deels worden opgevangen met de extra middelen die met de mei- en septembercirculaire zijn meegekomen. Het netto effect is € 278.700,-. Dit bedrag hebben wij structureel verwerkt in de begroting. Het kan zijn dat de eigen bijdragen lager uitvallen dan nu wordt ingeschat. Met dit risico houden wij rekening. Hetzelfde geldt voor een eventuele toename van het aantal cliënten .

Wij zetten in op het vergroten van de sturingsmogelijkheden in het sociaal domein en zijn gestart met het project "Bedrijfsvoering Sociaal Domein".

De bij de meicirculaire 2017 extra beschikbaar gekomen middelen zijn als volgt besteed:

Besteding extra middelen sociaal domein

2018

2019

2020

2021

Extra te besteden vanuit IU sociaal domein/WMO

Meicirculaire 2017

488.667

488.549

537.726

540.756

Septembercirculaire 2017

51,954-

46,282-

72,849-

45,297-

Bestedingsruimte per saldo

436.713

442.267

464.877

495.459

Bestedingen:

Extra kosten WMO voorzieningen

36,953-

36,953-

37,582-

40,672-

Structurele opname huishoudelijke hulptoelage

75,000-

75,000-

75,000-

75,000-

Kosten project Veilig thuis

63,980-

63,980-

63,980-

63,980-

Kwaliteitsimpuls welzijnswerk

61,340-

61,340-

61,340-

61,340-

Aanbesteding WMO hh en begeleiding

117,835-

132,139-

154,120-

181,612-

Lagere kosten mantelzorgcompliment

50.500

59.250

59.250

59.250

Lagere eigen bijdragen WMO hh + begeleiding

132,000-

132,000-

132,000-

132,000-

Begroting jeugdzorg

140,105-

140,105-

140,105-

140,105-

Aanpassing budget PGB's

140.000

140.000

140.000

140.000

Totaal

436,713-

442,267-

464,877-

495,459-

Bijzondere bijstand (13)

Een prognose van de kosten 2017 voor bijzondere bijstand en de mogelijkheid voor het afsluiten van een aanvullende ziektekostenverzekering komt aanzienlijk hoger uit. Een kostenstijging waarvan wordt verwacht dat die een structureel karakter heeft. Daartegenover heeft de Gemeentelijke Kredietbank minder onderzoekskosten (noodzakelijke bijstelling).

Afval (14)

Vorig jaar heeft uw raad het nieuwe beleid vastgesteld "Van Afval Naar Grondstof" ofwel VANG. Een ambitieus project, gericht op de maatschappelijke doelstelling om het restafval te reduceren naar 100 kg per jaar per inwoner en een hergebruik van 75%. Bij het bepalen van het tarief afvalstoffenheffing voor 2018 lopen we tegen een aantal tegenvallers aan. Deze worden veroorzaakt door de volgende ontwikkelingen:

  • Een toename van het aantal kwijtscheldingen, doorwerking van BTW als gevolg van de investeringen in het omgekeerd inzamelen en hogere kosten van transport. Deze ontwikkelingen zijn niet te beïnvloeden.
  • Het contract met de inzamelaar verlopen. Om de periode tot aan de ingebruikname van het nieuwe systeem van omgekeerd inzamelen te overbruggen is een prijsafspraak gemaakt met de huidige inzamelaar. Hierin zit een prijsverhoging van ongeveer 25%. De voorbereidingen voor een nieuwe aanbesteding zijn inmiddels gestart.
  • De keuze voor het omgekeerd inzamelen zonder een financieel voordeel voor inwoners voor het aanbieden van restafval leidt tot een minder grote afname van het restafval dan gedacht. Wij verwachten in het eerste jaar een reductie te halen van 20% in plaats van de 43% die eerder is ingeschat (scenario 3 met tarief voor restafval).

Door een aantal maatregelen, waaronder het verlengen van afschrijvingstermijnen van de ondergrondse containers, het inzetten van het verwachte voordeel 2017 (lagere kapitaallasten omdat de investering later plaatsvindt) en het al rekening houden met een aanbestedingsvoordeel voor de inzamelkosten kunnen wij de stijging van het tarief voor 2018 beperken tot gemiddeld € 10,- per aansluiting.

Wat het tarief op de lange termijn wordt is afhankelijk van de resultaten die worden geboekt met het omgekeerd inzamelen. Hiervoor is tijd nodig. Wij stellen daarom voor om de jaren 2018 en 2019 te gebruiken als pilotperiode en vervolgens goed te evalueren. Tot die tijd sluiten we aan bij de tarieven die we voor 2018 hebben berekend voor de verschillende containerpakketten.

De raming die we voor 2018 hebben gehanteerd kent risico's. De praktijk moet uitwijzen of het aanbestedingsresultaat daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Dat geldt ook voor de geraamde reductie van het restafval. De risico's nemen we mee in de risicoanalyse. zodat er weerstandscapaciteit is om deze op te kunnen vangen.

Toeristenbelasting (15)

Een lagere opbrengst via de toeristenbelasting doordat veel arbeidsmigranten zich hebben laten inschrijven als inwoner (Noodzakelijke bijstelling).

Opties

Deel deze pagina: